Als een bodem belast wordt, kan verdichting optreden doordat bodemdeeltjes dichter bij elkaar geduwd worden. Bodemverdichting is zeer slecht voor boomgroei. De bodemlucht wordt verdreven en het poriënvolume daalt. Vooral de macroporiën en de grotere microporiën verminderen, zowel in grootte als in aantal. Daardoor stijgt de bodemdichtheid. Bodemverdichting kan opzettelijk gebeuren omwille van technische redenen, bijvoorbeeld bij funderingen. Maar vaak is de bodemverdichting niet opzettelijk. Een veelvoorkomende oorzaak van onopzettelijke bodemverdichting is de doortocht van voertuigen of zware machines. Maar ook voetgangers zijn een belangrijke oorzaak van oppervlakkige bodemverdichting, zeker bij straatbomen met een beperkte boomspiegel. De grootste bodemverdichting treedt op bij de eerste belasting, dus bijvoorbeeld na een eenmalige doortocht van een voertuig. Dit blijkt duidelijk uit onderstaande figuur. Verder kan opslag van grond of bouwmaterialen op werven bodemverdichting veroorzaken. In wegbermen kunnen trillingen ervoor zorgen dat bodems verdichten zonder rechtstreekse belasting. De kleine bodemdeeltjes worden dan tussen de grotere bodemdeeltjes getrild en de poriën verdwijnen. Een natuurlijke oorzaak van oppervlakkige verdichting is regen of beregening. Die zorgen voor een ondoorlaatbare, dichte korst op het bodemoppervlak.

Bodemverdichting bij de doortocht van een vierassig voertuig met een gemiddelde aslast van 6 ton op een zandige leembodem bij 25% bodemvochtigheid. De grootste bodemverdichting treedt op na de doortocht van de eerste as. (naar Roberts et al.)

Bodems zijn vooral gevoelig voor verdichting bij veldcapaciteit. Dit is de toestand waarbij na verzadiging van de bodem met water al het water dat onder invloed van de zwaartekracht vrij kan draineren, uit de bodem verdwenen is. Rond de bodemdeeltjes is nog een waterfilm aanwezig. De kleine poriën zijn gevuld met water, de grotere poriën met lucht. De macroporiën worden bij veldcapaciteit gemakkelijk samengedrukt of gevuld met kleinere bodemdeeltjes, terwijl het water in de microporiën voor een zekere plasticiteit zorgt. Belasting van waterverzadigde bodems zorgt ervoor dat de bodemstructuur oppervlakkig vernietigd wordt. De bodem slempt gemakkelijker dicht of vormt een korst na het uitdrogen. Daardoor wordt het oppervlak praktisch ondoorlaatbaar voor water. Droge bodems zijn minder vatbaar voor bodemverdichting. Probeer werken rond bomen dan ook zoveel mogelijk tijdens droge periodes te plannen.

Oppervlakkige verslemping van de bodem.