Bladeren zijn de energiecentrale van de boom. Door koolstofdioxide (CO2) uit de lucht te combineren met water uit de grond produceren zij met behulp van licht suikers en zuurstof. Dit gebeurt in het chlorofyl. Chlorofyl kan ook aanwezig zijn in jonge stammen en takken en in het merg van jonge bomen. De geproduceerde suikers zijn het echte ‘voedsel’ voor de boom (en niet de mineralen die hij uit de grond haalt), ze worden gebruikt als energiebron. Gecombineerd met de mineralen uit de grond vormen zij alle mogelijke noodzakelijke stoffen, gaande van eiwitten tot oliën.

Fotosynthese: 6H2O + 6CO2 + licht C6H12O6 (glucose) + 6O2

Wat vaak vergeten wordt is dat alle delen van de boom, zowel bladeren als stam, takken en wortels, ook zuurstof en suikers verbruiken om de levensprocessen op gang te houden. Dit gebeurt via het omgekeerde proces van de fotosynthese, de ademhaling. Hierbij wordt dus zuurstof uit de lucht verbruikt om de aangemaakte suikers te verbranden en wordt opnieuw water en CO2 uitgestoten in de lucht. Dat is ook wat gebeurt als de boom of delen ervan rotten of verbrand worden.

Ademhaling: C6H12O6 (glucose) + 6O2 6H2O + 6CO2 + energie

Tijdens het groeiseizoen wordt overdag een overmaat aan zuurstof geproduceerd, maar in het donker of tijdens de winter, als er geen bladeren zijn, verbruiken bomen zuurstof en suikers zonder er te produceren.

Om de fotosynthese te kunnen laten plaats vinden, is uitwisseling van gassen nodig. Dit gebeurt via de huidmondjes. Uiteraard vindt via deze huidmondjes ook waterverlies plaats, maar dat wordt gecontroleerd door het openen of sluiten van de sluitcellen. Door de verdamping van water door de bladeren wordt een waterstroom op gang gebracht van de wortels naar de bladeren. Zo raken de opgenomen mineralen uit de bodem tot boven in de boom. Verdamping zorgt ook voor afkoeling, waardoor de bladeren beschermd worden tegen oververhitting door het zonlicht. Een volwassen boom kan in het groeiseizoen 400 tot 800 liter water per m2 kroonprojectie verdampen. Een grote solitair verbruikt dus minstens 40 000 liter bodemwater per groeiseizoen.

De gasuitwisseling verloopt via de huidmondjes, waarlangs ook waterverdamping plaatsvindt.