Er bestaat slechts één correcte plaats om een tak weg te snoeien: vlak achter de takkraag, de overgangszone tussen stam en tak. Wordt de takkraag beschadigd, dan zorgt dit voor infectie en inrotting van de stam.

  • Zet de snoeizaag of – schaar in de takoksel, buiten de bastrichel.
  • Snoei schuin naar beneden, net buiten de takkraag.
  • Is de takkraag niet zichtbaar, spiegel dan de bastrichel rond de loodrechte uit de takoksel. Bij twijfel zaag je beter iets te ver naar buiten dan naar binnen, maar laat nooit stompen staan.
  • Zware takken worden eerst op de stomp gezaagd om inscheuring te vermijden. Zaag de tak eerst aan beide zijden in en kraak hem af. Onderaan inzagen heeft meestal niet het gewenste effect.
  • Als in het eindbeeld van een boom een takvrije stam vastgelegd is, moet door begeleidingssnoei een rechte, fout- en takvrije stam en een evenwichtige kroon verkregen worden.
  • Bij de begeleidingssnoei worden de laagste takken en alle probleemtakken weggesnoeid tijdens regelmatig terugkerende snoeibeurten.
  • Eenmaal de vereiste takvrije stamlengte bereikt is, houdt de begeleidingssnoei op.

De takkraag bestaat zowel uit tak- en stamweefsel mag niet beschadigd worden bij het snoeien.

De takkraag is bij sommige boomsoorten duidelijker te zien dan bij andere.

Als de takkraag niet zichtbaar is, spiegel je de bastrichel rond de loodrechte uit de takoksel. Snoei bij twijfel liever iets te ver naar buiten dan naar binnen.