Hoe steekt de fysiologie van een boom in elkaar?

De wortels absorberen water en mineralen uit de bodem, ondermeer stikstof, fosfor en calcium. Het water en de opgeloste mineralen worden doorheen het levende hout naar de bladeren getransporteerd.

Die verdampen een groot deel van het opgenomen water. De rest van het water wordt door de bladeren gebruikt om onder invloed van licht suikers te produceren uit CO2.

Suikers gebruikt als brandstof

Deze suikers zijn de ‘brandstof’ voor het functioneren van de boom. Ze worden gebruikt als bouwstenen voor het vormen van cellulose en lignine, twee stoffen die de grootste massa van een boom uitmaken.

De suikers worden door de levende bast doorheen de boom getransporteerd naar waar ze nodig zijn. Ze worden samen met de opgenomen mineralen gebruikt om nieuw weefsel op te bouwen, waaronder de bloemen en vruchten die de start van een nieuwe generatie vormen. Suikers die niet onmiddellijk gebruikt worden, worden opgeslagen in het hout van de stam, de takken en de wortels.

Nieuwe twijgen worden langer vanuit een groeipunt aan het topje van de scheut. Dit is de primaire groei, die voorkomt bij alle planten. Zogenaamde ‘houtige’ planten hebben ook een secundaire groei of diktegroei (behalve de houtige eenzaadlobbigen zoals palmen en bamboe). Terwijl de twijgen langer worden, vindt in de takken en stam de diktegroei plaats. Die diktegroei komt voort uit de celdeling in een dunne cellaag tussen schors en hout en vormt de structuur van de stam, de takken en de wortels. In gebieden met een gematigd klimaat zoals Europa vertonen bomen een groeiperiodiciteit.

Het groeiproces

De groei vertraagt sterk of stopt tijdens de winter. Dus vormt de boom elk jaar opnieuw een laagje hout rond het reeds bestaande hout. Dat zijn de jaarringen die men ziet op een dwarsdoorsnede van de stam. Binnen de jaarringen wordt in het voorjaar vroeghout met dunne celwanden gevormd. Later in het groeiseizoen wordt laathout gevormd, met duidelijk dikkere celwanden.

Curabo Boom Celwanden

Deze manier van groeien geeft mede de typische tekening die we krijgen als we een stam doorzagen, zowel dwars (kops), tangentiaal (dosse) als radiaal (kwartiers). Daarnaast wordt het houtbeeld bepaald door kleur, textuur en houtstralen.

Curabo Boom Houtstralen

Het generatievermogen van bomen

Al te vaak worden bomen behandeld zoals mensen zouden behandeld worden. Zo worden wonden bijvoorbeeld proper gemaakt, ontsmet en afgedekt opdat ze beter zouden ‘genezen’. Een essentieel verschil tussen bomen en mensen is dat wij als één geheel werken. Wij hebben één hart, één set ogen, één lever, enz. voor ons hele organisme. Bomen werken in modules. Ze zijn opgebouwd uit verschillende gelijkaardige delen, die elk relatief onafhankelijk werken en ook vervangbaar zijn.

Bomen kunnen een tak of zelfs hun hele stam verliezen en die vervangen en verder leven. Bij verwonding genezen mensen door het beschadigde weefsel te herstellen op dezelfde plaats. Wij hebben een regeneratievermogen. Bomen maken nieuwe weefsels aan op een andere plaats om de functie van het verloren gegane onderdeel over te nemen (bomen genereren in plaats van regenereren). Meestal is het levende deel van een boom slechts een heel dunne schil over een ‘skelet’ van hout dat reeds lang dood is.

Dat is de reden waarom een volledig holle boom nog springlevend kan zijn. Toch beschermt de boom dat houten skelet zo goed mogelijk tegen aantastingen door dieren, zwammen en andere micro-organismen, aangezien dit de mechanische sterkte levert om overeind te blijven staan.

Bron: Technisch vademecum bomen. Harmonisch park -en groen beheer.