Het generatievermogen van bomen

Al te vaak worden bomen behandeld zoals mensen zouden behandeld worden. Zo worden wonden bijvoorbeeld proper
gemaakt, ontsmet en afgedekt opdat ze beter zouden ‘genezen’. Een essentieel verschil tussen bomen en mensen is dat wij
als één geheel werken. Wij hebben één hart, één set ogen, één lever, enz. voor ons hele organisme. Bomen werken in modules.
Ze zijn opgebouwd uit verschillende gelijkaardige delen, die elk relatief onafhankelijk werken en ook vervangbaar zijn.
Bomen kunnen een tak of zelfs hun hele stam verliezen en die vervangen en verder leven.

Bomen genereren

Bij verwonding genezen mensen door het beschadigde weefsel te herstellen op dezelfde plaats. Wij hebben een regeneratievermogen. Bomen maken nieuwe weefsels aan op een andere plaats om de functie van het verloren gegane onderdeel over te nemen (bomen genereren in
plaats van regenereren). Meestal is het levende deel van een boom slechts een heel dunne schil over een ‘skelet’ van hout
dat reeds lang dood is. Dat is de reden waarom een volledig holle boom nog springlevend kan zijn. Toch beschermt de
boom dat houten skelet zo goed mogelijk tegen aantastingen door dieren, zwammen en andere micro-organismen, aangezien
dit de mechanische sterkte levert om overeind te blijven staan.

Bron: Technisch vademecum bomen. Harmonisch park -en groen beheer.