De morfologie van een boom

Een boom bestaat uit zes verschillende ‘organen’. Drie hebben een voortplantingsfunctie: de bloemen, vruchten en zaden. Voor het technische bomenbeheer zijn vooral de resterende drie vegetatieve structuren (bladeren of naalden, stam en takken en wortels) belangrijk.

De bladeren van de boom

Bladeren en naalden kunnen zeer veel vormen aannemen. Ze kunnen slechts enkele mm groot zijn, zoals bij de sneeuwwilg of een halve meter groot, zoals bij de Anna Paulowna boom. Ze kunnen enkelvoudig zijn of samengesteld, in een veelvoud van vormen.

Samengesteld blad

Het verschil tussen een samengesteld blad en een tak met bladeren is vaak niet erg duidelijk. De stelregel is: bij loofbomen komt er een knop voor in de oksel tussen blad en twijg. Dat is niet zo in de oksel tussen deelblaadjes en de bladsteel.

Soms wordt als stelregel genomen dat een samengesteld blad herkend kan worden doordat het in de herfst als één geheel valt. Dit is echter niet altijd zo: ook de deelblaadjes kunnen apart afvallen (bv. bij de gewone es).

Het skelet van de boom

Stam, takken en twijgen vormen het ‘skelet’ van een boom, zij dragen de bladeren of naalden. Een twijg is nog niet verhout en kent dus geen diktegroei. Eenmaal de twijg wel verhout en verdikt is, spreken we over een tak.

Verschil tussen tak en stam

Zoals in de vorige paragraaf uitgelegd werd, is het onderscheid tussen twijg en bladsteel niet altijd duidelijk. Dat is ook zo bij het verschil tussen een tak en de stam. Tussen stam en takken bestaat een hiërarchie: de tak groeit aan de stam en tussen beide komt een takkraag voor, waarin stam- en takweefsel gescheiden zijn.

Sommige codominante toppen zien eruit als takken (zeker als ze jong zijn), maar zijn eigenlijk gelijkwaardig en bestaan uit stamweefsel. Tussen beide is geen takkraag aanwezig: het stamweefsel loopt gewoon door.

De wortels van de boom

Gestelwortels

De wortels zijn het ondergrondse deel van de boom. Ook binnen de wortels is er een hiërarchie: de dikke gestelwortels vormen de stronk en zorgen voor de stabiliteit, terwijl de fijne wortels verder van de boom instaan voor de opname van water en mineralen.

Verschil tussen kroon en kruin

Kroon-Kruin

Tot slot er nog het onderscheid tussen de kroon en de kruin, twee begrippen die courant door elkaar gebruikt worden. De kroon is het gedeelte van de boom boven de takvrije stam. Met de kruin wordt het geel van de bladeren en twijgen bedoeld, de kruin is dus als het ware de buitenste, levende schil van de kroon.

Bron: Technisch vademecum bomen. Harmonisch park -en groen beheer.